Begrippenlijst zakelijke financiering

Financieringstermen op een rij — kort uitgelegd voor MKB-ondernemers en ZZP-ers. Van afschrijving tot Wft-vergunning.

A

Aflossing
Het deel van je maandtermijn waarmee je de hoofdsom van je krediet terugbetaalt (niet de rente). Bij een annuïtaire lening stijgt het aflossingsdeel geleidelijk naarmate de hoofdsom afneemt.
AFM — Autoriteit Financiële Markten
Nederlandse toezichthouder voor de financiële markten. De AFM verleent vergunningen (Wft) aan financiële dienstverleners en houdt toezicht op consumentenkrediet. Voor zakelijke financiering geldt de Wft niet — daar is geen AFM-vergunning nodig.
Afschrijving
Jaarlijkse daling van de boekwaarde van een bedrijfsmiddel over de economische levensduur. Fiscaal aftrekbaar. Bij financial lease kun je afschrijven omdat je eigenaar bent; bij operational lease niet.
Annuïteit
Aflossingsvorm waarbij je elke maand hetzelfde bedrag (rente + aflossing) betaalt. In het begin bestaat het termijnbedrag vooral uit rente, later steeds meer uit aflossing. Totaal-rente is vergelijkbaar met lineaire aflossing.

B

Bijtelling
Bedrag dat bij je belastbaar inkomen wordt opgeteld als je een zakelijke auto ook privé gebruikt. Voor benzine/diesel 22% van de cataloguswaarde; voor elektrische auto's 16% (tot €30.000, daarboven 22%).
BKR — Bureau Krediet Registratie
Centraal register dat alle consumentenkredieten in Nederland bijhoudt. Voor zakelijk krediet minder relevant, maar privé-BKR-coderingen van een (mede-)ondernemer kunnen wel meewegen bij kredietaanvraag, vooral bij ZZP en eenmanszaken.
BMKB — Borgstellingskrediet MKB
Overheidsregeling waarbij de Nederlandse staat garant staat voor een deel van een zakelijk krediet. Verlaagt risico voor de financier, verhoogt de kans op goedkeuring. Tot 1,5 miljoen euro voor regulier MKB, tot 266.667 euro bij BMKB-S voor starters.
Boeterente
Kosten die een kredietverstrekker rekent bij vervroegde aflossing van een krediet met vaste rente. Berekend als percentage van de restschuld (1–3%) of als renteverschil over resterende looptijd. Bij variabele rente meestal geen boete.
Borgstelling
Toezegging van een derde partij (meestal de ondernemer persoonlijk of BMKB) om in te staan voor de terugbetaling als de hoofdschuldenaar niet betaalt. Vermindert risico voor de kredietverstrekker.
BTW-auto
Bedrijfsauto waarbij de BTW apart is vermeld op de aankoopnota. Als BTW-plichtige ondernemer kun je de BTW terugvorderen. Ook op leasetermijnen van een BTW-auto kun je BTW verrekenen. Zie ook Marge-auto.

C

Cashflow
Het saldo van binnenkomend en uitgaand geld over een periode. Positieve cashflow = meer binnen dan uit. Kredietverstrekkers kijken naar historische en verwachte cashflow om af te wegen of je de lening kunt terugbetalen.
Crowdfunding
Financieringsvorm waarbij veel particuliere investeerders samen een zakelijk krediet of lening verstrekken. Platformen zoals Geldvoorelkaar en NLInvesteert bemiddelen. Meestal duurder dan bank, flexibeler in voorwaarden.

D

DSCR — Debt Service Coverage Ratio
Verhouding tussen netto operationele winst en totale schuldenlast (rente + aflossing). Een DSCR van 1,25 betekent dat je winst 25% meer dan voldoende is om alle rente en aflossing te betalen. Banken eisen meestal DSCR ≥ 1,2.

E

Effectieve rente
Het werkelijke rentepercentage inclusief afsluitkosten, borgstellingsprovisie en andere bijkomende lasten. Altijd hoger dan de nominale rente. Vergelijk altijd op effectieve rente (JKP) voor een eerlijke prijsvergelijking.

F

Factoring
Financieringsvorm waarbij je openstaande facturen verkoopt aan een factor-maatschappij. Je krijgt direct 80–90% van het factuurbedrag uitbetaald. Duurder dan krediet maar schaalt mee met omzet en verbetert liquiditeit.
Financial lease
Leasevorm waarbij je eigenaar wordt van het geleased bedrijfsmiddel. Staat op jouw balans, je schrijft af, je kunt KIA/MIA claimen. Aan einde contract ben je juridisch eigenaar (na slottermijn of laatste termijn).

G

Goodwill
Het verschil tussen de overnameprijs van een bedrijf en de zichtbare boekwaarde. Vertegenwoordigt immateriële waarde zoals klantenbestand, merknaam en reputatie. Bij overname-financiering wordt goodwill apart beoordeeld op risico.

H

Hoofdsom
Het oorspronkelijke kredietbedrag — het geld dat je leent — exclusief rente. Bij aflossing neemt de hoofdsom af, waardoor de rentekosten per maand dalen.

J

JKP — Jaarlijks Kostenpercentage
Totaalpercentage van alle kredietkosten op jaarbasis, inclusief rente en bijkomende kosten. Wettelijk verplicht bij consumentenkrediet, minder streng geregeld bij zakelijk. Gebruik JKP voor een eerlijke rente-vergelijking.

K

KIA — Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Fiscale regeling voor MKB-ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen. Je trekt tot 28% van het investeringsbedrag af van de belastbare winst, tot een maximum per jaar. Vervalt boven bepaalde investeringsdrempel.

L

Lineaire aflossing
Aflossingsvorm waarbij je elke maand hetzelfde aflossings­bedrag betaalt. De rente loopt mee met de afnemende hoofdsom, dus maandtermijn daalt gedurende de looptijd. Totaal-rente lager dan annuïtair.
Looptijd
Het aantal maanden waarover je het krediet terugbetaalt. Langere looptijd = lagere maandlast maar hogere totaalkosten rente. Stem de looptijd af op de economische levensduur van de investering.

M

Marge-auto
Bedrijfsauto die onder de marge-regeling valt — overgenomen van een particulier zonder dat BTW apart is vermeld. Je kunt geen BTW terugvorderen, maar ook geen BTW afdragen bij doorverkoop. Zie ook BTW-auto.
MIA — Milieu-investeringsaftrek
Fiscale regeling voor investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen (zoals elektrische voertuigen, zonnepanelen, duurzame productielijnen). Tot 45% van het investeringsbedrag aftrekbaar. Gecombineerd met VAMIL voor versnelde afschrijving.

N

Nominale rente
Het "gewone" rentepercentage van een krediet, zonder bijkomende kosten. Altijd lager dan de effectieve rente (JKP). Gebruik de nominale rente alleen bij gelijke kostenstructuur; anders effectieve rente.

O

Onderpand
{ "Zekerheid die de kredietverstrekker krijgt voor het geval je niet kunt terugbetalen": { " Typische onderpanden": "bedrijfspand (hypotheek), voertuigen/machines (pandrecht), openstaande debiteuren. MKB-fintechs werken tot 250.000 euro vaak zonder onderpand." } }
Operational lease
Leasevorm waarbij je het bedrijfsmiddel huurt — geen eigendom, niet op balans. Maandbedrag is all-in (vaak inclusief onderhoud, verzekering, belastingen). Aan einde contract lever je het middel in.

P

PSD2 — Payment Services Directive 2
Europese richtlijn die banken verplicht om met toestemming van de klant bankgegevens te delen met derden (via API). MKB-kredietverstrekkers gebruiken PSD2 om je transacties te analyseren, waardoor je zonder jaarcijfers krediet kunt krijgen.

R

Rekening-courant krediet
Doorlopend krediet op je zakelijke rekening, vaak bij je bank. Je kunt rood staan tot een limiet, betaalt alleen rente over het opgenomen saldo. Flexibel voor werkkapitaal. Meestal geadviseerd bij seizoenschommelingen.
Restwaarde
De verwachte waarde van een bedrijfsmiddel aan het einde van de lease- of afschrijvingstermijn. Bij operational lease draagt de leasemaatschappij het restwaarde-risico; bij financial lease kies je een slottermijn die overeenkomt met restwaarde.

S

Slottermijn
Een vast bedrag dat je aan het einde van een financial lease-contract in één keer betaalt om eigenaar te worden. Hoger slottermijn = lagere maandlasten, maar eenmalige grote afboeking. Vaak 10–40% van aankoopprijs.
Solvabiliteit
Verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen. Geeft aan hoeveel eigen middelen je hebt in verhouding tot geleend geld. Banken willen meestal solvabiliteit ≥ 25% voor zakelijke kredieten.

V

VAMIL — Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen
Fiscale regeling waarbij je een milieu-investering tot 75% van het investeringsbedrag in één keer (of willekeurig verdeeld) mag afschrijven. Combineer met MIA voor maximaal voordeel.
Variabele rente
{ "Rentepercentage dat fluctueert met de marktrente (meestal gekoppeld aan Euribor)": { " Voordeel": { "profiteert van rentedaling": { " Nadeel": "onzekerheid over maandlasten. Meestal bij flexibel krediet en rekening-courant." } } } }
Vaste rente
{ "Rentepercentage dat voor de hele looptijd (of een vaste periode) gelijk blijft": { " Voordeel": { "zekerheid": { " Nadeel": "hogere startrente; boeterente bij vervroegd aflossen. Meestal bij zakelijk krediet met vaste looptijd." } } } }

W

Werkkapitaal
{ "Het verschil tussen kortlopende activa (voorraad, debiteuren, kas) en kortlopende schulden (crediteuren)": { " Nodig om de dagelijkse bedrijfsvoering te financieren": { " Vuistregel werkkapitaal-behoefte": "10–20% van de jaaromzet." } } }
Wft — Wet op het financieel toezicht
Nederlandse wet die financiële dienstverlening reguleert. Voor consumentenkrediet geldt vergunningplicht; voor zakelijk krediet niet. De AFM is toezichthouder. Wft geldt wel voor consumptief krediet (besteconsumptiefkrediet.nl-niche), niet voor zakelijk krediet of lease.

Z

Zekerheden
Zaken die de kredietverstrekker krijgt als waarborg voor terugbetaling. Kunnen hard zijn (vastgoed, voertuig) of zacht (persoonlijke borgstelling, pandrecht op debiteuren). Hoe meer zekerheden, hoe gunstiger de kredietvoorwaarden.

Term niet gevonden?

Laat het ons weten — we voegen het toe. Of stel je vraag direct via contact.

Stel je vraag